Lente in de boomgaard

In het voorjaar is vooral de groeibeheersing belangrijk, dit doen wij door kunstmest te strooien. We weten precies hoeveel kunstmest we moeten strooien, omdat het laboratorium ons aan de hand van bladanalyse precies voorschrijft wat er te weinig of te veel aan mineralen in de grond zit. Vroeger werd de groeibeheersing vooral chemisch uitgevoerd, tegenwoordig gebeurt dit mechanisch door middel van wortelsnoei en het inzagen van de stammen. Het klinkt tegenstrijdig om de boom voeding toe te dienen en daarna weer te remmen. Maar dat is waar de teelt om draait, we willen een perfecte appel telen met de ideale kleur en smaak. Belangrijk in de lente is ook de nachtvorstbestrijding. Als de temperatuur onder het vriespunt komt is de kans groot dat de bloesem schade oplevert en dat betekent weinig tot geen appels. Om dit te voorkomen besproeien wij onze vruchtbomen met water. Een laagje ijs in combinatie met water over de bloesem zorgt er voor, dat de temperatuur nooit onder het vriespunt komt. De nachtvorstberegening beschermt de bloesem zolang het ijs nat blijft, waardoor de bloesem dus intact blijft. Helaas hebben wij geen oppervlakte water in de buurt, waardoor wij aangewezen zijn op grondwater. Dit grondwater pompen we via geslagen bronnen (pulzen) omhoog. Een pomp zorgt ervoor dat het grondwater via de puls naar de sproeiers wordt geleid.

Ook het planten van jonge bomen gebeurd in het voorjaar. Vroeger gebeurde dit altijd in de winter, maar de praktijk heeft geleerd dat mei de ideale tijd is om te planten. Voorwaarde hiervoor is wel dat de jonge bomen vanuit de koelcel meteen de grond ingaan. Doordat de bomen ineens zo'n temperatuurverschil krijgen te verduren schieten ze de grond uit en ontwikkelen ze zich supersnel.

Tijdens de bloei is het belangrijk dat het stuifmeel van de bloesem op de stamper van een andere bloem terecht komt. De bijen spelen hier een belangrijke rol in om de kruisbestuiving te bevorderen. Tijdens de zoektocht naar nectar, nemen de bijen ook stuifmeel mee wat als voer dient voor jonge bijen. Als ze van bloem naar bloem vliegen zullen ze dus ook stuifmeel over brengen en daar draait het om. Want wist u bijvoorbeeld dat voor 1 kilo honing er 1 miljoen bloemen bezocht worden en een half miljoen vluchten worden uitgevoerd?